Omdat de meeste ongelukken in het verkeer ontstaan door jonge, onervaren bestuurders, heeft de overheid in 2002 besloten het puntenrijbewijs in te voeren. Eigenlijk verschilt dit beginnerrijbewijs nauwelijks van een gewoon rijbewijs. Je mag net zo veel en vaak autorijden als je maar wilt en je moet je aan exact dezelfde regels houden als iedere andere automobilist.
Het verschil tussen een puntenrijbewijs en een gewoon rijbewijs zit hem in de strengere regels voor het behouden van je rijbewijs. De eerste vijf jaar nadat je het rijbewijs hebt opgehaald bij het gemeentehuis moet je extra op je tellen passen. Houd je je netjes aan de verkeersregels, dan is er niets aan de hand. Maar bij elke keer dat je wordt aangehouden vanwege bumperkleven, een snelheidsoverschrijding van meer dan dertig kilometer per uur of het veroorzaken van een ongeval waarbij doden of gewonden vallen, wordt één punt van je puntenrijbewijs afgetrokken.
Gebeurt dit een derde keer, dan zijn de punten op en wordt het puntenrijbewijs geschorst. Met een rijvaardigheidsonderzoek wordt daarna bekeken of de beginnende bestuurder zijn of haar rijbewijs terug krijgt. Krijgt hij of zij het puntenrijbewijs niet terug, dan is het noodzakelijk om opnieuw rijexamen te doen.
Gerelateerde pagina's:














